Tien jaar geleden woonde ik met mijn vriendin, dochter en kat in een sociale huurwoning in Amsterdam-Noord. In die periode wilde ik betekenisvolle tekeningen maken. Inspiratie vond ik in het alledaagse: kleine momenten met mijn eerste dochter, onze kat Ormit en de geboorte van onze tweede dochter. Die beeldverhalen deelde ik op de website Alex & Ik (lees ze hier). Ik hoopte dat mijn persoonlijke, intieme verhalen herkenbaar zouden zijn en zouden resoneren bij anderen. Dat gebeurde in mindere mate dan ik hoopte.
Ik besloot de pabo te doen en werd schoolmeester. Eenmaal voor de klas bleken mijn lessen ook niet altijd te resoneren bij de leerlingen. Dus weer terug naar de tekentafel.
Tien jaar later is er veel veranderd. We wonen nu in een koophuis in het centrum van Culemborg en zijn getrouwd. Mijn oudste dochter zit in de brugklas, de jongste in groep 5 en Ormit is er helaas niet meer. Ons gezin is uitgebreid met de langharige dwergtekkel Guus, cavia’s Wafel en Wappie, hamster Pluis en Gerda de wandelende tak. Ik werk nog steeds in het onderwijs, maar niet meer op de basisschool: ik geef nu rekenles op het mbo.

De grootste verandering kwam in september 2025. Na weken van heftige hoofdpijn kreeg ik een epileptische aanval. Een MRI bracht het aan het licht: een hersentumor, een glioblastoom. Dat was een enorme schok, maar ik schoot meteen in de overlevingsstand. De ernst drong niet volledig tot me door—bij mijn omgeving des te meer. Twee weken na de diagnose werd ik geopereerd, gevolgd door zes weken dagelijkse bestralingen.
Ik kon meedoen aan een studie met een studiemedicijn, het is een vorm van doelgerichte therapie. Elke ochtend slik ik twee pillen, zonder bijwerkingen. Daardoor blijft chemotherapie mij bespaard.
De oncoloog zei dat ik een soort ‘vooraankondiging van de dood’ had gekregen. Dat besef kwam langzaam binnen. Hoewel ik er niet naar vroeg, hoorde ik genoeg om te weten dat de vooruitzichten bij een glioblastoom vaak somber zijn. Tegelijk zei de neurochirurg: “Je bent geen statistiek, jij moet leven en wij houden je in de gaten.” Dat gaf houvast. Hij had ook gelijk toen hij zei dat neuro-oncologen anders praten—voorzichtiger, meer gericht op wat er mis kan gaan.

Wat ik het moeilijkst vind, is dat het onbezorgde leven weg is. Mijn leven verloopt nu in cycli van acht weken, van MRI naar MRI. Is de uitslag goed, dan is er opluchting en kunnen we weer even vooruit. Maar richting de volgende scan sluipen angst en onzekerheid er weer in. Niet zozeer voor de dood zelf, maar voor mogelijke aftakeling—en voor het verdriet van mijn vrouw en kinderen.
Ik hoop dat die spanning met de tijd wat slijt. Tegelijk heeft de ziekte ook iets gebracht. De band met mijn vrouw en familie is hechter geworden en ben sinds heel lang weer aan het sporten. Mensen die me energie kosten, heb ik losgelaten. Ik ben me bewuster van mijn tijd en van wat er echt toe doet.

Toen ik door mijn oude tekeningen en schilderijen ging, merkte ik dat juist die persoonlijke verhalen me het meest dierbaar zijn. Mijn situatie inspireert me om weer nieuwe, persoonlijke en hopelijk betekenisvolle beeldverhalen te maken. De oude verhalen, toen mijn leven nog onbezorgd was, koester ik en daarom staan ze ook online. Deze website voelt als een klein monumentje—voor het geval ik er op een dag niet meer ben.

